Oostfriese eilanden

Plaatsen > Oostfriese eilanden

Ze liggen als parels aan een snoer voor de kust: de Oostfriese eilanden Borkum, Juist, Norderney, Baltrum, Speikeroog, Langeoog en Wangerooge. Deze vakantieparadijzen trotseren de getijden en de stevige wind. Elk eiland heeft zo zijn eigen charme.

Tussen de eilanden en de kust ligt een bijzonder leefgebied: het Nationale Park Nedersaksische Waddenzee. Hier wonen niet alleen zeehonden en wormen. Het wad behoort tot de biologisch waardevolste en meest gevarieerde biotopen ter wereld. Men kan het wad het beste leren kennen tijdens een wadloop – maar wel met een deskundige gids! Op blote voeten door het slik – zó dicht bij de natuur en de voetmassage is inclusief.

Deel van de Waddenzee
Het wad is dat deel van de Waddenzee, dat tijdens de getijdenwisseling regelmatig droog valt en daarna weer onder water komt te staan. Op en onder de wadden leven talrijke kleine diertjes. Uit het water en de bodem halen zij niet alleen hun voedingsmiddelen, maar ook schadelijke stoffen die door de vloed aanspoelen. Zelf zijn deze kleine organismen dan weer een rijke voeding voor vogels en vissen. Zoutvlaktes ontstaan, als voor de dijken zoveel sedimenten worden afgezet, dat de vlaktes als het ware boven de getijdenstromingen zijn uitgegroeid en nog maar af en toe overstroomd worden. Onder deze bijzondere plekken met wisselend zoutgehalte, overstromingen en voedingsbodem voor allerlei organismen, ontwikkelt zich een hoog gespecialiseerde levensgemeenschap: zo’n 400 verschillende insecten zijn bijvoorbeeld op slechts 25 plantsoorten op de zoutplaten aangewezen!

Vooral aan de oost- en noordzijde van de eilanden hebben zich duinen gevormd. Zij worden “gevoed” door het opwaaiende zand, dat door diepgewortelde en ontkiemde planten bijeen gehouden wordt. Afgezien van hun ecologisch belangrijke functie zijn de duinen van levensbelang voor de eilanden en zijn bewoners: zolang zij door een dichte beplanting bijeen gehouden worden, bieden zij als een natuurlijk golfbreker, beschutting tegen overstromingen.

Een uniek landschap
De Waddenzee is in deze vorm aan de Duitse Noordzeekust wereldwijd uniek te noemen, omdat de volgende factoren hier een rol spelen: de getijden (eb en vloed), die de Waddenzee periodiek overstromen en dan weer droog laten vallen; de hier gelegen eilanden en strandwallen werken als een natuurlijke golfbreker; de vlakke, egale zeebodem die niet meer dan 10 meter onder water ligt; het fijne bodemmateriaal (sedimenten), dat uit de Noordzee en riviermondingen aangevoerd wordt en in dit rustige water alle ruimte en tijd krijgt om zich af te zetten en het gematigde klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van de dieren- en plantenwereld. Het slik van de Waddenzee bevat per hectare ongeveer 2 ton dier-organische biomassa, een hoeveelheid, die alleen nog in de tropische reenwouden te vinden is. De Waddenzee is een soort voedingstrechter, waar bijna de totale arctische vogelwereld tijdens hun trek naar het zuiden – en later weer terug naar het noorden – een stop inlassen. De natuurlijke rijkdom van de Waddenzee vormt daardoor een belangrijke basis voor de stand van broedvogels uit een enorm grote noordelijke habitat.

De zeehond is het enige zoogdier in de Waddenzee. Hij ligt het liefst op hoge zandbanken in de directe omgeving van geulen, zodat hij bij gevaar snel op de vlucht kan slaan.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *